De reservebank

...

Straathoekwerk is werken op het ritme van de jongeren én van de stad. Elke dag is anders. Het straathoekwerk kroop in zijn pen en beschreef een dag vol ontmoetingen met mensen die wachten, hopen en proberen vol te houden in een systeem dat niet altijd meewerkt.

Het is negen uur ‘s ochtends wanneer ik hem zie zitten op het bankje, altijd hetzelfde. M, tweeënzestig jaar. Vroeger werkte hij in het onderhoud. Vandaag wacht hij. Hij weet niet goed waarop, maar hij wacht op iets.

Hij vertelt me dat hij een brief heeft gekregen. Alweer één. Ingewikkelde woorden, veel te lange zinnen. Eén ding heeft hij begrepen: zijn uitkering is geschorst. Waarom? Dat weet hij niet. Hij heeft gebeld, maar ze hebben hem doorverwezen naar een website. Hij heeft geen computer. Zijn telefoon is te oud. Dus is hij hierheen gekomen, zoals zo vaak. in ieder geval luistert hier iemand.

Even verderop verheft S, huisvrouw, haar stem aan de telefoon. Ze komt net van het OCMW. Ze heeft een nieuwe afspraak gekregen over drie weken. Ze heeft geen geld meer om haar rekeningen te betalen. Ze had haar dochter nochtans beloofd haar te belonen met een tablet voor haar goede resultaten, maar tevergeefs… Ze werkt wanneer ze kan, maar het is nooit genoeg, nooit stabiel, nooit iets waarop ze haar toekomst kan bouwen.

Ze kijkt me aan en zegt: “Zeg me eens, wat heeft het eigenlijk voor zin om moeite te doen? Ik begrijp nu beter waarom mijn ex-man in de illegale handel is gegaan. Vandaag is hij er niet meer en ik kan zelfs niet meer in mijn basisbehoeften voorzien.”

Rond de middag kom ik langs een gebouw van de administratie. Er breekt een woordenwisseling uit. Een man schreeuwt, een medewerkster huilt. Iedereen zit op zijn tandvlees. Niemand is echt gemeen. Gewoon uitgeput.

In de namiddag wandel ik, ontmoet ik mensen, praat ik. Ik leg opnieuw uit hoe je een formulier invult, hoe je een afspraak maakt, hoe je “niet opgeeft”. Soms geloof ik erin. Soms wat minder.

‘s Avonds, in Brussel. Armoede verbergt zich niet meer. Ze is er, op de stoepen, in de blik van mensen, in stiltes, in geschreeuw, in de misselijkmakende ammoniakgeur. Mensen zeggen me dat ze zich vergeten voelen, vaak gekleineerd of zelfs volledig uitgesloten. Dat ze zich niet langer op hun plaats voelen. Dat ze, door het voortdurende slaaptekort, niet meer kunnen dromen.

Dus zeg ik dat ik morgen terugkom. In de hoop de situatie te kunnen regelen. Helaas kan ik dat niet. Maar ik ben er. En soms, in een wereld die uitsluit, is er zijn al een vorm van verzet.

In ieder geval luistert hier iemand.