Straatpraat: Drugs, schietpartijen & bouwen aan de toekomst
101 schietpartijen in één jaar: Brussel vestigde in 2025 een bloedig record. De impact op de buurt en haar inwoners is enorm, maar hoe reageert de jeugd op dit geweld? Straathoekwerkers Salim (Kuregem) en Nivard (Oud-Molenbeek) zochten hen op om te luisteren naar de stemmen achter de statistieken.
Er zijn hier te weinig projecten voor jongeren. Jongeren spelen niet meer op het plein, er zijn geen activiteiten meer, niets.
Kuregem: “Hier blijven heeft geen zin”
Reda, 20 jaar en Martin, 22 jaar komen beiden uit Kuregem. Reda zit in het zesde jaar alternerend onderwijs elektriciteit. Hij heeft nog een jaar te gaan en probeert koers te houden om een beter leven te kunnen opbouwen. Martin is gestopt met school om te gaan werken. Ze hebben grote plannen en dromen. Maar om die te verwezenlijken moeten ze wegtrekken uit hun wijk.

Wie gewoon in de wijk rondhangt, wordt aangepakt. Vaak hardhandig en met beledigingen. Het is rampzalig.
Hoe voel jij je in de wijk met al die schietpartijen en drugsellende?
Reda: We voelen ons onveilig. Het is niet goed voor onze moeders, en grootmoeders. Wijzelf trekken ons de dood een beetje minder aan, maar het is vooral voor de families, de broers, de zussen die hier rondlopen, de jongeren. Niemand is veilig voor een verdwaalde kogel. In al die oorlogen zijn er alleen maar slachtoffers.
Martin: Onze angst komt niet zozeer echt door die mensen zelf, maar vooral doordat we niet meer rustig in onze wijk kunnen hangen. De politie zet extra veiligheid in, patrouilles worden verdubbeld. We worden Zonder reden gecontroleerd, we worden voor niets uit onze eigen buurt verjaagd. De mensen die bij de schietpartijen betrokken zijn, blijven niet ter plaatse, die verstoppen zich. Maar wie is, wie gewoon in de wijk rondhangt,wordt aangepakt. Vaak hardhandig en met beledigingen. Het is rampzalig.
Ik heb bijvoorbeeld een step waarmee ik naar mijn werk ga en boodschappen doe omdat ik geen rijbewijs heb. Het is mijn vervoermiddel. Maar door alles wat er gebeurt, worden we achtervolgd door de politie. Een joggingbroek, een zwart jasje, een capuchon en je bent meteen verdacht.
Reda: Ik ben ook al moeten weggevlucht van de politie. Ze achtervolgen altijd de verkeerde mensen. Dat is onaanvaardbaar. En het moet gezegd worden: als we vluchten voor de politie, is dat niet omdat we gewapend zijn of explosieven bij ons hebben, maar omdat we niet willen dat onze step van 800 euro wordt afgepakt. We hebben ervoor gezwoegd, we zijn geen criminelen.
Hoe zie jij de toekomst van deze wijk?
Reda: We hopen dat die wannabe-gangsters zich zullen kalmeren en ons onze plek laten, de plek waar we ons het meest thuis voelen. Het verschil is echter dat delinquenten zich nu meer spiegelen aan de straatcultuur en aan muziek. Ze roken hasj en wiet, gebruiken coke en luisteren naar muziek over moorden.Daardoor laten ze zich beïnvloeden en gaan ze zich gedragen als gevaarlijke types. uiteindelijk laten ze moeders huilen, ook hun eigen moeder, en verpesten ze hun leven in de gevangenis voor twee kogels.
Wat zou het beleid dan moeten veranderen zodat het beter gaat?
Reda: Er zijn hier te weinig projecten voor jongeren. Jongeren spelen niet meer op het plein, er zijn geen activiteiten meer, niets. De enigen die de jongeren nog kunnen bereiken zijn de straathoekwerkers van JES. Jongeren worden beïnvloed op straat. Gevolg: ze gaan minder naar buiten en blijven binnen. Ze krijgen niet de kans om het leven te ontdekken, want je moet naar buiten om een sociaal leven te hebben. Door al deze problemen blijven ze thuis. Het is echt ellendig.
Martin: We wonen in een gemeente waar niets te doen is, en dat maakt het erger. Als we onze activiteiten van de dag hebben afgerond, kunnen we alleen maar in een afgelegen hoekje gaan zitten en een joint roken. Omdat er niets te doen is, is roken een bezigheid die mensen samenbrengt en de tijd doet voorbijgaan. Maar daarna maakt het je ongemotiveerd, het beïnvloedt je mentale toestand en je hersenen. Het heeft impact op ons leven en vervreemdt ons van onszelf. En trouwens, in plaats van zich te richten op dealers, maken ze nieuwe regels tegen gebruikers. Eén joint kost 75 euro boete. Dat is buitensporig voor simpel gebruik.
En hoe zie je je eigen toekomst?
Reda: Ik heb grote plannen, grote dromen. Maar als de situatie niet verbetert, denk ik dat het slecht met ons kan aflopen, ook al zijn we niet per se betrokken bij die oorlogen.
Martin: Precies, we zijn niet betrokken. Maar er zijn mensen die ons willen dwingen om betrokken te raken. We willen vooruitgaan, we willen het beter doen dan vroeger, maar er zijn klootzakken… wat moeten we dan doen?
Wat heb je dan nodig om die toekomst te kunnen opbouwen?
Reda: Vertrekken. Hier weggaan. Ver weg van hier. Heel ver.
Martin: Ik bevestig wat mijn maat zegt: het is heel moeilijk om hier te blijven. Als we hier niet vertrekken, zullen we volgens mij niet kunnen slagen. Hier blijven, broer, heeft geen zin. Het is geen leven dat we wensen of waarvan we dromen. De zogenaamde “bandeurs de rue” zitten vast in een cirkel waar ze niet meer uit geraken; anders krijgen ze klappen of gaan ze dood. Het is een wereld zonder loyaliteit.

Omdat er niets te doen is, wordt roken een bezigheid die mensen samenbrengt en de tijd doet voorbijgaan.
Om iemand te worden, moet je je onderscheiden van anderen.
Wat raadt je andere jongeren aan om hun toekomst uit te bouwen?
Reda: Volgens mij is het eerste wat een jongere moet doen, stoppen met altijd in de buurt rond te hangen. Zelfs als hij alles goed doet, zijn er altijd mensen met slechte bedoelingen die hem zullen benaderen, en dat kan problemen veroorzaken. Voor mij is de eerste stap: elk contact met die omgeving verbreken.
Martin: Hij moet ook een doel hebben, een heel belangrijk doel. Je moet naar de toekomst kijken en iets concreets in handen hebben. School vormt je om werknemer te worden. Jongeren hebben talenten, je moet weten hoe je die correct benut en hen stimuleren om zich te emanciperen, om iets van hun leven te maken. Zodra een jongere een idee in zijn hoofd heeft, moet hij het testen. Als hij het niet test, zal hij nooit weten of hij goed is in dat domein.
Reda: Als je iets wil opstarten, test het, want niemand zal het in jouw plaats doen. Als het mislukt, begin opnieuw. Je moet proberen je te onderscheiden van anderen, want de staat leert ons om als schapen te leven, als werknemers. Om iemand te worden, om iets te doen wat niemand anders doet, moet je je onderscheiden.
“Zodra je zegt dat je van Molenbeek bent, ben je voor werkgevers of de politie al bij voorbaat schuldig.”
Anouar, (21)
Molenbeek: “De wijk heeft rust nodig, maar vooral hoop.”
Anouar is een jongeman van 21 jaar uit Molenbeek. Zijn parcours wordt gekenmerkt door een complexe gezinsstructuur: zijn ouders wonen in Marokko, terwijl hij in België werd hij opgevoed door zijn uitgebreide familie (ooms, tantes en grootouders), die inmiddels overleden zijn. Met een oudere broer in de gevangenis en een andere broer die pendelt tussen Marseille en Marokko, stond hij er al vroeg alleen voor. Hij belandde zelf in het circuit van de drugshandel en kwam daardoor al in aanraking met het gerecht. De zomer van 2025 en de daarop volgde golf van geweld vormden een beslissend keerpunt. Hij koos ervoor de wijk te verlaten, uit bezorgdheid voor zijn eigen veiligheid en toekomst.
Hoe voel je je als jongere in de wijk vandaag?
Anouar: ‘Eerlijk? Ik voel me hier niet meer thuis. Lange tijd was Bonnevie mijn ‘chez moi’, de plek waar ik mijn herkenningspunten had. Maar vandaag, als ik hier rondloop, voel ik een zwaarte die er vroeger niet was. Ik voel me een potentieel doelwit. Niet per se omdat ik nu iets verkeerds doe, maar gewoon door ‘associatie’.
Er is die constante druk van de politie aan de ene kant en ‘de straat’
aan de andere kant. Sinds mijn problemen met het gerecht loop ik op eieren. Ik weet dat als ik op het verkeerde moment op de verkeerde plaats ben, zelfs als ik gewoon een oude vriend gedag zeg, dat me direct terug naar de cel kan
sturen. Ik voel me een vreemde in mijn eigen buurt. Ik hou me liever gedeisd, kom hier enkel nog snel langs of vermijd de wijk volledig. Het is triest om te zeggen, maar ik voel me ergens anders veiliger dan hier.”

Eerlijk? Ik voel me hier niet meer thuis.

Voor een jongere hier is de grootste uitdaging om niet toe te geven aan de verleiding van het snelle geld.
Hoe kijk je naar je wijk en wat zijn de moeilijkheden die je als jongere ervaart?
Anouar: “Ik zie een wijk die harder is geworden. Vroeger waren er codes, een bepaalde vorm van respect, zelfs in de ‘business’. Vandaag heb je het gevoel dat alles in een andere dimensie is beland. De moeilijkheden zijn overal. Voor een jongere hier is de grootste uitdaging om niet toe te geven aan de verleiding van het snelle geld. Als je ouders er niet zijn om je grenzen te geven, er is geen geld en je ziet overal bankbiljetten rollen, dan is het verdomd moeilijk om ‘nee’ te zeggen.
Het moeilijkste is de invloed van de groep. Je groeit samen op, je bent als broers, en dan besef je op een dag dat die ‘broederschap’ je recht tegen de muur plakt. De omgeving is verzadigd. We zijn aan onszelf overgeleverd. Zonder een sterke familiale basis zoek je een familie op straat, en dat is waar de ellende begint. Ook de stigmatisering vreet aan ons: zodra je zegt dat je van Molenbeek bent, ben je voor werkgevers of de politie al bij voorbaat schuldig.”
Wat is de impact van de schietpartijen van 2025 op jezelf, je familie en de wijk?
Anouar: “Dat was de klik, maar een klik uit angst. Vroeger zagen we dealen als een manier om financieel te overleven zonder na te denken over de gevolgen. Maar toen ze op klaarlichte dag met kalasjnikovs begonnen te schieten, begreep ik dat het een drugsoorlog tussen kartels was geworden. Een grens was overschreden. Zodra ik nu een step hoor of een scooter met twee gasten met helmen die wat sneller rijden, staat mijn hart stil. Je wordt paranoïde. Ik wil niet tussen vier planken eindigen of in de bak vliegen voor een verhaal dat eigenlijk niet het mijne is. Daarom ben ik bij mijn zus gaan wonen. Ik wil alle banden met die dynamiek verbreken.
Voor mijn zus en mijn familie hier is het een constante angst. Ze hebben mijn broer al meermaals de gevangenis in en uit zien gaan, en ze willen niet dat ik hetzelfde pad volg. Mijn zus is mijn reddingsboei. Door mij in huis te nemen, ver weg van Molenbeek, geeft ze me de kans om te ademen. Maar de wijk heeft veel families rondom mij kapotgemaakt. Iedereen is bang voor zijn zonen, zijn broers.
De sfeer in de wijk is ongezond geworden, zelfs voor degenen die er ‘in’ zitten. Iedereen bekijkt elkaar met argwaan, niemand vertrouwt elkaar nog. De handelaars zijn gespannen, moeders laten hun kinderen niet meer buiten spelen zoals vroeger. De politieaanwezigheid is verhoogd, wat logisch is, maar voor ons betekent dat meer controles, meer druk, meer spanning. De wijk is vergiftigd door die paranoia. Het is geen leven meer als je op een pleintje staat te trillen omdat je bang bent dat een auto gaat vertragen om de boel neer te maaien.”
Wat moet er veranderen zodat het beter gaat?
Er is meer aanwezigheid nodig zoals die van jullie, mensen die echt met ons praten, zonder ons te veroordelen, maar die ons de realiteit tonen. Er zijn ook echte economische alternatieven nodig. Als jongeren perspectief hebben op een job waar ze gerespecteerd en fatsoenlijk betaald worden, zouden velen het risico niet nemen om in de cel te belanden.
Ook de isolatie van jongeren zonder ouders moet worden aangepakt. Je
kunt een gast van 16 of 17 niet alleen zijn plan laten trekken in een wijk waar
de criminaliteit hem met open armen ontvangt. Tot slot moet de politie haar
aanpak veranderen: minder provocatie en meer dialoog, ook al weet ik dat het
moeilijk is met alles wat er gebeurt. De wijk heeft rust nodig, maar vooral
hoop. Voorlopig vinden we die hoop alleen door te vertrekken.”
Wat zijn je toekomstperspectieven?
Anouar: “Mijn prioriteit is om mijn leven weer op de rails te krijgen. Ik wil gewoon van het leven genieten, zonder problemen. Een bladzijde omslaan. Door weg te blijven uit Molenbeek vermijd ik de verleidingen en de slechte vrienden. Ik wil een stabiele job vinden, ‘proper’ blijven tegenover het gerecht en nooit meer over mijn schouder hoeven kijken. Ik heb begrepen dat ‘snel geld’ uiteindelijk het duurste geld ter wereld is: je betaalt het met je vrijheid of je leven. Ik wil iets stevigs opbouwen, en misschien op een dag met opgeheven hoofd terug naar mijn ouders in Marokko gaan, als iemand die het goed doet.”

Ik heb begrepen dat ‘snel geld’ uiteindelijk het duurste geld ter wereld is
